NEDERLANDS
🇬🇧

    Put

    A2top5000Zipf 4.1

    diepte; (op)halen; een putt slaan

    • de put

      Common noun/'pʏt/

      diepte

      enkelvoud

      putputje

      meervoud

      puttenputjes
    • putten

      Verb/'pʏtən; 'pʏtə/

      (op)halen

      infinitief

      putten

      tegenwoordige tijd

      putputten

      verleden tijd

      putteputten

      tegenwoordig deelwoord

      puttendputtende
    • putten

      Verb/'pʏtən; 'pʏtə/

      een putt slaan

      infinitief

      putten

      tegenwoordige tijd

      putputten

      verleden tijd

      putteputten

      tegenwoordig deelwoord

      puttendputtende

    Create a free account to generate the full entry for this word.

    Free. No password.