NEDERLANDS
🇬🇧

    Putte

    uncommonZipf 2.4

    (op)halen; een putt slaan

    • putten

      Verb/'pʏtən; 'pʏtə/

      (op)halen

      infinitief

      putten

      tegenwoordige tijd

      putputten

      verleden tijd

      putteputten

      tegenwoordig deelwoord

      puttendputtende
    • putten

      Verb/'pʏtən; 'pʏtə/

      een putt slaan

      infinitief

      putten

      tegenwoordige tijd

      putputten

      verleden tijd

      putteputten

      tegenwoordig deelwoord

      puttendputtende

    Create a free account to generate the full entry for this word.

    Free. No password.

    Keep learning