NEDERLANDS
🇬🇧

    Raadpleeg

    uncommonZipf 2.7

    werkwoord

    • raadplegen

      Verb/'ratpleɣən; 'ratpleɣə/

      infinitief

      raadplegen

      tegenwoordige tijd

      raadpleegraadpleegtraadplegen

      verleden tijd

      raadpleegderaadpleegden

      tegenwoordig deelwoord

      raadplegendraadplegende

    Create a free account to generate the full entry for this word.

    Free. No password.