Ranken
uncommonZipf 2.6
zelfstandig naamwoord, enkelvoud; als een rank groeien; van ranken ontdoen; klasseren
de rank
Common noun/'rɑŋk/enkelvoud
rankrankjemeervoud
rankenrankjesranken
Verb/'rɑŋkən; 'rɑŋkə/als een rank groeien; van ranken ontdoen
infinitief
rankentegenwoordige tijd
rankranktrankenverleden tijd
rankteranktentegenwoordig deelwoord
rankendrankenderanken
Verb/'rɛŋkən; 'rɛŋkə/klasseren
infinitief
rankentegenwoordige tijd
rankranktrankenverleden tijd
rankteranktentegenwoordig deelwoord
rankendrankende
Create a free account to generate the full entry for this word.
Free. No password.