NEDERLANDS
🇬🇧

    Reformeren

    uncommonZipf 1.8

    werkwoord

    • reformeren

      Verb/refɔr'merən; refɔr'merə/

      infinitief

      reformeren

      tegenwoordige tijd

      reformeerreformeertreformeren

      verleden tijd

      reformeerdereformeerden

      tegenwoordig deelwoord

      reformerendreformerende

    Create a free account to generate the full entry for this word.

    Free. No password.

    Keep learning