NEDERLANDS
🇬🇧

    Rijg

    uncommonZipf 2.7

    werkwoord

    • rijgen

      Verb/'rɛɪɣən; 'rɛɪɣə/

      infinitief

      rijgen

      tegenwoordige tijd

      rijgrijgtrijgen

      verleden tijd

      reegregen

      tegenwoordig deelwoord

      rijgendrijgende

    Create a free account to generate the full entry for this word.

    Free. No password.