NEDERLANDS
🇬🇧

    Samengeraapt

    uncommonZipf 1.8

    werkwoord

    • samenrapen

      Verb/'samənrapən; 'samərapə/

      infinitief

      samenrapen

      tegenwoordige tijd

      raap samensamenraapraapt samensamenraaptrapen samensamenrapen

      verleden tijd

      raapte samensamenraapteraapten samensamenraapten

      tegenwoordig deelwoord

      samenrapendsamenrapende

    Create a free account to generate the full entry for this word.

    Free. No password.

    Keep learning