NEDERLANDS
🇬🇧

    Samentrekken

    uncommonZipf 2.5

    werkwoord

    • samentrekken

      Verb/'saməntrɛkən; 'samətrɛkə/

      infinitief

      samentrekken

      tegenwoordige tijd

      trek samensamentrektrekt samensamentrekttrekken samensamentrekken

      verleden tijd

      trok samensamentroktrokken samensamentrokken

      tegenwoordig deelwoord

      samentrekkendsamentrekkende

    Create a free account to generate the full entry for this word.

    Free. No password.