NEDERLANDS
🇬🇧

    Samenwoonde

    uncommonZipf 2.5

    werkwoord

    • samenwonen

      Verb/'samənwonən; 'saməwonə/

      infinitief

      samenwonen

      tegenwoordige tijd

      woon samensamenwoonwoont samensamenwoontwonen samensamenwonen

      verleden tijd

      woonde samensamenwoondewoonden samensamenwoonden

      tegenwoordig deelwoord

      samenwonendsamenwonende

    Create a free account to generate the full entry for this word.

    Free. No password.

    Keep learning