Schaakspelen
uncommonZipf 1.8
zelfstandig naamwoord, enkelvoud; werkwoord
het schaakspel
Common noun/'sxakspɛl//spellen-of-spelen
enkelvoud
schaakspelmeervoud
schaakspelenschaakspellenschaakspelen
Verb/'sxakspelən; 'sxakspelə/Als een zelfstandig naamwoord en een werkwoord heel vaak samen voorkomen, dan kan een aaneengeschreven werkwoord ontstaan. Als zo'n werkwoord bestaat, wil dat niet zeggen dat het los schrijven van de combinatie fout is.
infinitief
schaakspelentegenwoordige tijd
speel schaakschaakspeelspeelt schaakschaakspeeltspelen schaakschaakspelenverleden tijd
speelde schaakschaakspeeldespeelden schaakschaakspeeldentegenwoordig deelwoord
schaakspelendschaakspelende
Create a free account to generate the full entry for this word.
Free. No password.