NEDERLANDS
🇬🇧

    Schaakspelen

    uncommonZipf 1.8

    zelfstandig naamwoord, enkelvoud; werkwoord

    • het schaakspel

      Common noun/'sxakspɛl/

      /spellen-of-spelen

      enkelvoud

      schaakspel

      meervoud

      schaakspelenschaakspellen
    • schaakspelen

      Verb/'sxakspelən; 'sxakspelə/

      Als een zelfstandig naamwoord en een werkwoord heel vaak samen voorkomen, dan kan een aaneengeschreven werkwoord ontstaan. Als zo'n werkwoord bestaat, wil dat niet zeggen dat het los schrijven van de combinatie fout is.

      infinitief

      schaakspelen

      tegenwoordige tijd

      speel schaakschaakspeelspeelt schaakschaakspeeltspelen schaakschaakspelen

      verleden tijd

      speelde schaakschaakspeeldespeelden schaakschaakspeelden

      tegenwoordig deelwoord

      schaakspelendschaakspelende

    Create a free account to generate the full entry for this word.

    Free. No password.

    Keep learning