Schamel
schamel
Adjectivearmzalig; karig
hoeveelheid/kwaliteit
Zeer klein, pover of onvoldoende in hoeveelheid of kwaliteit; magertjes of karig.
Hij kreeg een schamel loon voor al het werk.
schamel loonschamele maaltijdschamele middelenschamele winstschamele vergoedingdeschamel
Common nounlaag krukje, klein bankje
meubilair
Een laag, eenvoudig zitmeubel, zoals een kruk of klein bankje.
De schamel wiebelde toen ik erop ging zitten.
op een schamel zittenhouten schameloude schamel