NEDERLANDS
🇬🇧

    Schimpen

    uncommonZipf 1.8

    werkwoord; zelfstandig naamwoord, enkelvoud

    • schimpen

      Verb/'sxɪmpən; 'sxɪmpə/

      infinitief

      schimpen

      tegenwoordige tijd

      schimpschimptschimpen

      verleden tijd

      schimpteschimpten

      tegenwoordig deelwoord

      schimpendschimpende
    • de schimp

      Common noun/'sxɪmp/

      enkelvoud

      schimp

      meervoud

      schimpen

    Create a free account to generate the full entry for this word.

    Free. No password.

    Keep learning