NEDERLANDS
🇬🇧

    Schommel

    A2commonZipf 3.2

    zelfstandig naamwoord, enkelvoud; werkwoord

    • de schommel

      Common noun/'sxɔməl/

      enkelvoud

      schommelschommeltje

      meervoud

      schommelsschommeltjes
    • schommelen

      Verb/'sxɔmələn; 'sxɔmələ/

      infinitief

      schommelen

      tegenwoordige tijd

      schommelschommeltschommelen

      verleden tijd

      schommeldeschommelden

      tegenwoordig deelwoord

      schommelendschommelende

    Create a free account to generate the full entry for this word.

    Free. No password.