NEDERLANDS
🇬🇧

    Sier

    uncommonZipf 2.6

    werkwoord; zelfstandig naamwoord, enkelvoud

    • sieren

      Verb/'sirən; 'sirə/

      infinitief

      sieren

      tegenwoordige tijd

      siersiertsieren

      verleden tijd

      sierdesierden

      tegenwoordig deelwoord

      sierendsierende
    • de sier

      Common noun/'sir/

      enkelvoud

      sier

    Create a free account to generate the full entry for this word.

    Free. No password.