NEDERLANDS
🇬🇧

    Slurp

    uncommonZipf 2.3

    zelfstandig naamwoord, enkelvoud; slorpen; van een slurp voorzien

    • de slurp

      Common noun/'slʏrp/

      enkelvoud

      slurpslurpje

      meervoud

      slurpenslurpjes
    • slurpen

      Verb/'slʏrpən; 'slʏrpə/

      slorpen

      infinitief

      slurpen

      tegenwoordige tijd

      slurpslurptslurpen

      verleden tijd

      slurpteslurpten

      tegenwoordig deelwoord

      slurpendslurpende
    • slurpen

      Verb/'slʏrpən; 'slʏrpə/

      van een slurp voorzien

      infinitief

      slurpen

      tegenwoordige tijd

      slurpslurptslurpen

      verleden tijd

      slurpteslurpten

      tegenwoordig deelwoord

      slurpendslurpende

    Create a free account to generate the full entry for this word.

    Free. No password.

    Keep learning