NEDERLANDS
🇬🇧

    Smoor

    uncommonZipf 2.8

    adjectief; zelfstandig naamwoord, enkelvoud; werkwoord

    • smoor

      Adjective/'smor/

      stellende trap

      smoor
    • de smoor

      Common noun/'smor/

      enkelvoud

      smoor
    • smoren

      Verb/'smorən; 'smorə/

      infinitief

      smoren

      tegenwoordige tijd

      smoorsmoortsmoren

      verleden tijd

      smoordesmoorden

      tegenwoordig deelwoord

      smorendsmorende

    Create a free account to generate the full entry for this word.

    Free. No password.