NEDERLANDS
🇬🇧

    Souffleren

    uncommonZipf 1.8

    werkwoord

    • souffleren

      Verb/su'flerən; su'flerə/

      infinitief

      souffleren

      tegenwoordige tijd

      souffleersouffleertsouffleren

      verleden tijd

      souffleerdesouffleerden

      tegenwoordig deelwoord

      soufflerendsoufflerende

    Create a free account to generate the full entry for this word.

    Free. No password.

    Keep learning