NEDERLANDS
🇬🇧

    Staaf

    commonZipf 3.2

    zelfstandig naamwoord, enkelvoud; werkwoord

    • de staaf

      Common noun/'staf/

      enkelvoud

      staafstaafje

      meervoud

      stavenstaafjes
    • staven

      Verb/'stavən; 'stavə/

      infinitief

      staven

      tegenwoordige tijd

      staafstaaftstaven

      verleden tijd

      staafdestaafden

      tegenwoordig deelwoord

      stavendstavende

    Create a free account to generate the full entry for this word.

    Free. No password.

    Keep learning