Strop
commonZipf 3.6
zelfstandig naamwoord, enkelvoud; tot een strop maken; blijven steken
de strop
Common noun/'strɔp/enkelvoud
stropstropjemeervoud
stroppenstropjesstroppen
Verb/'strɔpən; 'strɔpə/tot een strop maken
infinitief
stroppentegenwoordige tijd
stropstroptstroppenverleden tijd
stroptestroptentegenwoordig deelwoord
stroppendstroppendestroppen
Verb/'strɔpən; 'strɔpə/blijven steken
infinitief
stroppentegenwoordige tijd
stropstroptstroppenverleden tijd
stroptestroptentegenwoordig deelwoord
stroppendstroppende
Create a free account to generate the full entry for this word.
Free. No password.