NEDERLANDS
🇬🇧

    Strop

    commonZipf 3.6

    zelfstandig naamwoord, enkelvoud; tot een strop maken; blijven steken

    • de strop

      Common noun/'strɔp/

      enkelvoud

      stropstropje

      meervoud

      stroppenstropjes
    • stroppen

      Verb/'strɔpən; 'strɔpə/

      tot een strop maken

      infinitief

      stroppen

      tegenwoordige tijd

      stropstroptstroppen

      verleden tijd

      stroptestropten

      tegenwoordig deelwoord

      stroppendstroppende
    • stroppen

      Verb/'strɔpən; 'strɔpə/

      blijven steken

      infinitief

      stroppen

      tegenwoordige tijd

      stropstroptstroppen

      verleden tijd

      stroptestropten

      tegenwoordig deelwoord

      stroppendstroppende

    Create a free account to generate the full entry for this word.

    Free. No password.