NEDERLANDS
🇬🇧

    Tamp

    uncommonZipf 2.3

    zelfstandig naamwoord, enkelvoud; werkwoord

    • de tamp

      Common noun/'tɑmp/

      enkelvoud

      tamptampje

      meervoud

      tampentampjes
    • tampen

      Verb/'tɑmpən; 'tɑmpə/

      infinitief

      tampen

      tegenwoordige tijd

      tamptampttampen

      verleden tijd

      tamptetampten

      tegenwoordig deelwoord

      tampendtampende

    Create a free account to generate the full entry for this word.

    Free. No password.

    Keep learning