NEDERLANDS
🇬🇧

    Teer

    B1commonZipf 3.5

    adjectief; zelfstandig naamwoord, enkelvoud; leven

    • teer

      Adjective/'ter/

      stellende trap

      teertereteers

      vergrotende trap

      teerderteerdereteerders

      overtreffende trap

      teerstteerste
    • de/het teer

      Common noun/'ter/

      enkelvoud

      teer
    • teren

      Verb/'terən; 'terə/

      leven

      infinitief

      teren

      tegenwoordige tijd

      teerteertteren

      verleden tijd

      teerdeteerden

      tegenwoordig deelwoord

      terendterende
    • teren

      Verb/'terən; 'terə/

      met teer bestrijken

      infinitief

      teren

      tegenwoordige tijd

      teerteertteren

      verleden tijd

      teerdeteerden

      tegenwoordig deelwoord

      terendterende

    Create a free account to generate the full entry for this word.

    Free. No password.