Telefoneren
B1commonZipf 3.6
werkwoord
telefoneren
Verb/teləfo'nerən; teləfo'nerə/infinitief
telefonerentegenwoordige tijd
telefoneertelefoneerttelefonerenverleden tijd
telefoneerdetelefoneerdentegenwoordig deelwoord
telefonerendtelefonerende
Create a free account to generate the full entry for this word.
Free. No password.