Temperen
uncommonZipf 2.6
matigen; afstellen
temperen
Verb/'tɛmpərən; 'tɛmpərə/matigen
infinitief
temperentegenwoordige tijd
tempertemperttemperenverleden tijd
temperdetemperdentegenwoordig deelwoord
temperendtemperendetemperen
Verb/tɛm'perən; tɛm'perə/afstellen
infinitief
temperentegenwoordige tijd
tempeertempeerttemperenverleden tijd
tempeerdetempeerdentegenwoordig deelwoord
temperendtemperende
Create a free account to generate the full entry for this word.
Free. No password.