NEDERLANDS
🇬🇧

    Toehoort

    uncommonZipf 2.1

    werkwoord

    • toehoren

      Verb/'tuhorən; 'tuhorə/

      infinitief

      toehoren

      tegenwoordige tijd

      hoor toetoehoorhoort toetoehoorthoren toetoehoren

      verleden tijd

      hoorde toetoehoordehoorden toetoehoorden

      tegenwoordig deelwoord

      toehorendtoehorende

    Create a free account to generate the full entry for this word.

    Free. No password.

    Keep learning