NEDERLANDS
🇬🇧

    Toeleggen

    uncommonZipf 2.6

    zelfstandig naamwoord, enkelvoud; werkwoord

    • de toeleg

      Common noun/'tulɛx/

      enkelvoud

      toeleg

      meervoud

      toeleggen
    • toeleggen

      Verb/'tulɛɣən; 'tulɛɣə/

      infinitief

      toeleggen

      tegenwoordige tijd

      leg toetoeleglegt toetoelegtleggen toetoeleggen

      verleden tijd

      legde toetoelegdelegden toetoelegden

      tegenwoordig deelwoord

      toeleggendtoeleggende

    Create a free account to generate the full entry for this word.

    Free. No password.