NEDERLANDS
🇬🇧

    Toespreekt

    uncommonZipf 2.4

    werkwoord

    • toespreken

      Verb/'tusprekən; 'tusprekə/

      infinitief

      toespreken

      tegenwoordige tijd

      spreek toetoespreekspreekt toetoespreektspreken toetoespreken

      verleden tijd

      sprak toetoesprakspraken toetoespraken

      tegenwoordig deelwoord

      toesprekendtoesprekende

    Create a free account to generate the full entry for this word.

    Free. No password.

    Keep learning