NEDERLANDS
🇬🇧

    Trakteren

    A2commonZipf 3.6

    werkwoord

    • trakteren

      Verb/trɑk'terən; trɑk'terə/

      infinitief

      trakteren

      tegenwoordige tijd

      trakteertrakteerttrakteren

      verleden tijd

      trakteerdetrakteerden

      tegenwoordig deelwoord

      trakterendtrakterende

    Create a free account to generate the full entry for this word.

    Free. No password.