Trippel
uncommonZipf 2.4
werkwoord
trippelen
Verb/'trɪpələn; 'trɪpələ/infinitief
trippelentegenwoordige tijd
trippeltrippelttrippelenverleden tijd
trippeldetrippeldentegenwoordig deelwoord
trippelendtrippelende
Create a free account to generate the full entry for this word.
Free. No password.