Troef
zelfstandig naamwoord, enkelvoud; werkwoord
de troef
Common noun/'truf/enkelvoud
troeftroefjemeervoud
troeventroefjestroeven
Verb/'truvən; 'truvə/infinitief
troeventegenwoordige tijd
troeftroefttroevenverleden tijd
troefdetroefdentegenwoordig deelwoord
troevendtroevende
Create a free account to generate the full entry for this word.
Free. No password.