Uitbraken
deuitbraak
Common nounplotseling ontsnappen
- plotselinge start van een ziekte of epidemie in een groepDe uitbraak van mazelen zorgde voor paniek in de stad.
- gewelddadige ontsnapping uit een gevangenis of bewaakte plekDe uitbraak gebeurde gisteravond laat.
- plotselinge, hevige uitbarsting van emotie of activiteitDe uitbraak van gelach was niet te stoppen.
uitbraken
Verbovergeven voedsel
- plotseling en hevig beginnen, vooral van ziekten of geweldDe griep brak vorige winter uit.
- met kracht uitspugen of overgevenHij braakt zijn drankje uit na het proeven van de vieze smaak.
- met geweld ontsnappen uit een gevangenis of opsluitingDe gevangene brak uit de gevangenis.
uitbraken
Verbplotseling ontsnappen
- plotseling en gewelddadig vrijkomen uit een afgesloten ruimteDe gevangenen braken uit toen de bewakers sliepen.
- plotseling en hevig overgevenIk braak uit na het drinken van te veel melk.
- plotseling beginnen, vooral van oorlogen, epidemieën of geweldDe brand brak plotseling uit.