NEDERLANDS
🇬🇧

    Uitchecken

    uncommonZipf 2.7

    werkwoord

    • uitchecken

      Verb/'œytʃɛkən; 'œytʃɛkə/

      infinitief

      uitchecken

      tegenwoordige tijd

      check uituitcheckcheckt uituitchecktchecken uituitchecken

      verleden tijd

      checkte uituitchecktecheckten uituitcheckten

      tegenwoordig deelwoord

      uitcheckenduitcheckende

    Create a free account to generate the full entry for this word.

    Free. No password.