NEDERLANDS
🇬🇧

    Uitgefaseerd

    uncommonZipf 1.8

    werkwoord

    • uitfaseren

      Verb/'œytfazerən; 'œytfazerə/

      infinitief

      uitfaseren

      tegenwoordige tijd

      faseer uituitfaseerfaseert uituitfaseertfaseren uituitfaseren

      verleden tijd

      faseerde uituitfaseerdefaseerden uituitfaseerden

      tegenwoordig deelwoord

      uitfaserenduitfaserende

    Create a free account to generate the full entry for this word.

    Free. No password.

    Keep learning