NEDERLANDS
🇬🇧

    Uitgenomen

    uncommonZipf 2.3

    werkwoord; voorzetsel

    • uitnemen

      Verb/'œytnemən; 'œytnemə/

      infinitief

      uitnemen

      tegenwoordige tijd

      neem uituitneemneemt uituitneemtnemen uituitnemen

      verleden tijd

      nam uituitnamnamen uituitnamen

      tegenwoordig deelwoord

      uitnemenduitnemende
    • uitgenomen

      Preposition/'œytxənomən; 'œytxənomə/

      ~

      uitgenomen

    Create a free account to generate the full entry for this word.

    Free. No password.

    Keep learning