NEDERLANDS
🇬🇧

    Uitgeweken

    uncommonZipf 2.4

    werkwoord

    • uitwijken

      Verb/'œytwɛɪkən; 'œytwɛɪkə/

      infinitief

      uitwijken

      tegenwoordige tijd

      wijk uituitwijkwijkt uituitwijktwijken uituitwijken

      verleden tijd

      week uituitweekweken uituitweken

      tegenwoordig deelwoord

      uitwijkenduitwijkende

    Create a free account to generate the full entry for this word.

    Free. No password.

    Keep learning