NEDERLANDS
🇬🇧

    Uitkoop

    uncommonZipf 1.8

    werkwoord; zelfstandig naamwoord, enkelvoud

    • uitkopen

      Verb/'œytkopən; 'œytkopə/

      infinitief

      uitkopen

      tegenwoordige tijd

      koop uituitkoopkoopt uituitkooptkopen uituitkopen

      verleden tijd

      kocht uituitkochtkochten uituitkochten

      tegenwoordig deelwoord

      uitkopenduitkopende
    • de uitkoop

      Common noun/'œytkop/

      enkelvoud

      uitkoop

      meervoud

      uitkopen

    Create a free account to generate the full entry for this word.

    Free. No password.

    Keep learning