NEDERLANDS
🇬🇧

    Uitlezen

    B2uncommonZipf 2.7

    werkwoord

    • uitlezen

      Verb/'œytlezən; 'œytlezə/

      infinitief

      uitlezen

      tegenwoordige tijd

      lees uituitleesleest uituitleestlezen uituitlezen

      verleden tijd

      las uituitlaslazen uituitlazen

      tegenwoordig deelwoord

      uitlezenduitlezende

    Create a free account to generate the full entry for this word.

    Free. No password.

    Keep learning