Uitmaakt
top5000Zipf 4.1
werkwoord
uitmaken
Verb/'œytmakən; 'œytmakə/infinitief
uitmakentegenwoordige tijd
maak uituitmaakmaakt uituitmaaktmaken uituitmakenverleden tijd
maakte uituitmaaktemaakten uituitmaaktentegenwoordig deelwoord
uitmakenduitmakende
Create a free account to generate the full entry for this word.
Free. No password.