Uitspeelt
uncommonZipf 2.1
werkwoord
uitspelen
Verb/'œytspelən; 'œytspelə/infinitief
uitspelentegenwoordige tijd
speel uituitspeelspeelt uituitspeeltspelen uituitspelenverleden tijd
speelde uituitspeeldespeelden uituitspeeldentegenwoordig deelwoord
uitspelenduitspelende
Create a free account to generate the full entry for this word.
Free. No password.