NEDERLANDS
🇬🇧

    Uitwas

    B1

    zelfstandig naamwoord, enkelvoud; uitlopen; opschieten; reinigen

    • de/het uitwas

      Common noun/'œytwɑs/

      enkelvoud

      uitwasuitwasje

      meervoud

      uitwassenuitwasjes
    • uitwassen

      Verb/'œytwɑsən; 'œytwɑsə/

      uitlopen; opschieten

      infinitief

      uitwassen

      tegenwoordige tijd

      was uituitwaswast uituitwastwassen uituitwassen

      verleden tijd

      wies uituitwieswiesen uituitwiesen

      tegenwoordig deelwoord

      uitwassenduitwassende
    • uitwassen

      Verb/'œytwɑsən; 'œytwɑsə/

      reinigen

      infinitief

      uitwassen

      tegenwoordige tijd

      was uituitwaswast uituitwastwassen uituitwassen

      verleden tijd

      waste uituitwastewasten uituitwasten

      tegenwoordig deelwoord

      uitwassenduitwassende

    Create a free account to generate the full entry for this word.

    Free. No password.