NEDERLANDS
🇬🇧

    Up

    commonZipf 3.7

    zelfstandig naamwoord, enkelvoud; werkwoord

    • de up

      Common noun/'ʏp/

      enkelvoud

      up

      meervoud

      ups
    • uppen

      Verb/'ʏpən; 'ʏpə/

      infinitief

      uppen

      tegenwoordige tijd

      upuptuppen

      verleden tijd

      upteupten

      tegenwoordig deelwoord

      uppenduppende

    Create a free account to generate the full entry for this word.

    Free. No password.