Up
commonZipf 3.7
zelfstandig naamwoord, enkelvoud; werkwoord
de up
Common noun/'ʏp/enkelvoud
upmeervoud
upsuppen
Verb/'ʏpən; 'ʏpə/infinitief
uppentegenwoordige tijd
upuptuppenverleden tijd
upteuptentegenwoordig deelwoord
uppenduppende
Create a free account to generate the full entry for this word.
Free. No password.