NEDERLANDS
🇬🇧

    Updaten

    uncommonZipf 2.4

    werkwoord

    • updaten

      Verb/'ʏbdetən; 'ʏbdetə/

      infinitief

      updaten

      tegenwoordige tijd

      updateupdatetupdaten

      verleden tijd

      updateteupdateten

      tegenwoordig deelwoord

      updatendupdatende

    Create a free account to generate the full entry for this word.

    Free. No password.

    Keep learning