Vastgelegd
commonZipf 3.6
werkwoord; adjectief
vastleggen
Verb/'vɑstlɛɣən; 'vɑstlɛɣə/infinitief
vastleggentegenwoordige tijd
leg vastvastleglegt vastvastlegtleggen vastvastleggenverleden tijd
legde vastvastlegdelegden vastvastlegdentegenwoordig deelwoord
vastleggendvastleggendevastgelegd
Adjective/'vɑstxəlɛxt/stellende trap
vastgelegdvastgelegdevastgelegds
Create a free account to generate the full entry for this word.
Free. No password.