NEDERLANDS
🇬🇧

    Vastgenageld

    uncommonZipf 2.4

    werkwoord

    • vastnagelen

      Verb/'vɑstnaɣələn; 'vɑstnaɣələ/

      infinitief

      vastnagelen

      tegenwoordige tijd

      nagel vastvastnagelnagelt vastvastnageltnagelen vastvastnagelen

      verleden tijd

      nagelde vastvastnageldenagelden vastvastnagelden

      tegenwoordig deelwoord

      vastnagelendvastnagelende

    Create a free account to generate the full entry for this word.

    Free. No password.

    Keep learning