Vastleggen
B1commonZipf 3.5
werkwoord
vastleggen
Verb/'vɑstlɛɣən; 'vɑstlɛɣə/infinitief
vastleggentegenwoordige tijd
leg vastvastleglegt vastvastlegtleggen vastvastleggenverleden tijd
legde vastvastlegdelegden vastvastlegdentegenwoordig deelwoord
vastleggendvastleggende
Create a free account to generate the full entry for this word.
Free. No password.