NEDERLANDS
🇬🇧

    Vastlopen

    uncommonZipf 2.4

    werkwoord

    • vastlopen

      Verb/'vɑstlopən; 'vɑstlopə/

      infinitief

      vastlopen

      tegenwoordige tijd

      loop vastvastlooploopt vastvastlooptlopen vastvastlopen

      verleden tijd

      liep vastvastliepliepen vastvastliepen

      tegenwoordig deelwoord

      vastlopendvastlopende

    Create a free account to generate the full entry for this word.

    Free. No password.

    Keep learning