Vastst
vast
Adjectivestevig verbonden
- stevig bevestigd, niet bewegend of losrakendDe schilderij is stevig bevestigd aan de muur.
- onveranderlijk, niet variërendDe zon komt elke dag op hetzelfde onveranderlijke tijdstip op.
- zeker, onbetwijfelbaarIk ben zeker van mijn antwoord.
- in dienstverband zonder tijdelijke contractenMijn broer heeft een dienstverband bij een groot bedrijf.
vasten
Verbniet eten
- vrijwillig minder of helemaal niet eten, vaak om religieuze redenenTijdens de ramadan vasten veel mensen.
- tijdelijk geen voedsel tot zich nemen, bijvoorbeeld voor medisch onderzoekVoor het medisch onderzoek moet je nuchter zijn.
- afzien van bepaalde genotsmiddelen, zoals alcohol of snoep, als persoonlijke uitdagingIk doe aan onthouding van chocolade deze maand.
vast
Adjectivezeker zijn
- stevig bevestigd, niet los of beweeglijkDe spiegel is bevestigd aan de muur.
- onveranderlijk, niet tijdelijkMijn zus heeft een permanente baan bij de universiteit.
- zeker, onbetwijfelbaarHij komt zeker op tijd.
- dik of stevig van consistentieDe taart heeft een stevige bodem.