NEDERLANDS
🇬🇧

    Ventileren

    uncommonZipf 2.6

    werkwoord

    • ventileren

      Verb/vɛnti'lerən; vɛnti'lerə/

      infinitief

      ventileren

      tegenwoordige tijd

      ventileerventileertventileren

      verleden tijd

      ventileerdeventileerden

      tegenwoordig deelwoord

      ventilerendventilerende

    Create a free account to generate the full entry for this word.

    Free. No password.