NEDERLANDS
🇬🇧

    Vermeerderen

    uncommonZipf 2.6

    werkwoord

    • vermeerderen

      Verb/vər'merdərən; vər'merdərə/

      infinitief

      vermeerderen

      tegenwoordige tijd

      vermeerdervermeerdertvermeerderen

      verleden tijd

      vermeerderdevermeerderden

      tegenwoordig deelwoord

      vermeerderendvermeerderende

    Create a free account to generate the full entry for this word.

    Free. No password.