NEDERLANDS
🇬🇧

    Verpleegde

    uncommonZipf 2.4

    zelfstandig naamwoord, enkelvoud; werkwoord

    • de verpleegde

      Common noun/vər'pleɣdə/

      enkelvoud

      verpleegde

      meervoud

      verpleegden
    • verplegen

      Verb/vər'pleɣən; vər'pleɣə/

      infinitief

      verplegen

      tegenwoordige tijd

      verpleegverpleegtverplegen

      verleden tijd

      verpleegdeverpleegden

      tegenwoordig deelwoord

      verplegendverplegende

    Create a free account to generate the full entry for this word.

    Free. No password.

    Keep learning