NEDERLANDS
🇬🇧

    Verspreken

    uncommonZipf 1.8

    werkwoord

    • verspreken

      Verb/vər'sprekən; vər'sprekə/

      infinitief

      verspreken

      tegenwoordige tijd

      verspreekverspreektverspreken

      verleden tijd

      versprakverspraken

      tegenwoordig deelwoord

      versprekendversprekende

    Create a free account to generate the full entry for this word.

    Free. No password.

    Keep learning